Oost- Indische kers kappertjes

Oost- Indische kers kappertjes

De echte kappertjes komen van de bloemknopjes van de kappertjesplant Capparis Spinosa die in Mediterrane landen groeit. Maar ook van Nederlandse bodem kun je zelf (armeluis)kappertjes maken namelijk met de zaden van de Oost-Indische kers. Een lokaal, lekker en gezond alternatief!

Benodigdheden:

  • 100 gram zaden
  • keukenzout
  • 5 jeneverbesseb
  • tijm en/of rozemarijn
  • laurierblaadje
  • witte wijn of kruidenazijn

Bereiding
Verzamel zo veel mogelijk zaden van de Oost-Indische kers. Was de zaden, laat ze even drogen in een vergiet en leg ze vervolgens in een diep bord en bedek ze met een flinke laag zout. Goed doorroeren en indien nodig nog wat extra zout toevoegen. Alle zaden moeten bedekt zijn met zout. Zet dit 24 uur op een koele donkere plek. Na die 24 uur spoel je met water al het zout er af, laat ze nog even uitlekken in het vergiet en stop ze vervolgens in een glazen pot. Voeg 5 jevenerbessen, een takje tijm of rozemarijn en een laurierblaadje toe. Overgiet met wittewijn- of kruidenazijn. Giet vol tot twee cm boven de zaden. Sluit de pot luchtdicht af en zet weg op een donkere plaats. Af en toe even een beetje met de pot bewegen zodat de laatste luchtbellen omhoog komen. Na een maand trekken zijn de kappertjes klaar.

De kappertjes hebben een fris-scherpe smaak en zijn heerlijk in salades.