Doods landschap

Doods landschap

Klimaatverandering… Bij velen nog steeds een term die weinig concreet lijkt. We genieten al een paar maanden volop van de ‘vroeg begonnen zomer’ en de barbecue maakt overuren. Wel jammer van dat verdroogde gazon maar dat nemen we voor lief; elke avond de sproeier er op en geen centje pijn, toch?!

Afgelopen weekend reed ik in tropische temperaturen door het mooie Drentse en Groningse landschap. Op het eerste gezicht een prachtig landschap met eindeloze velden en oude sfeervolle boerderijen. Toch kreeg ik al snel een ongemakkelijk gevoel. De vele velden met mais, tarwe, aardappels en voederbieten zijn gortdroog. Met grote beregeningssystemen wordt het grondwater omhoog gepompt en over de velden gesproeid. Een laatste strohalm om de oogst niet verloren te laten gaan? Toch staan de planten er verlept bij en de grond blijft gortdroog, keihard en volledig levenloos. Op de foto zie je daar trouwens weinig van; het zonlicht geeft mooie sfeerbeelden.

Levenloos, zonder leven. Voordat de planten gepoot worden, zijn in het voorjaar de velden besproeid met onkruidverdelgers, is er dierlijke mest en/of kunstmest ingereden en geploegd waarna er op een later moment wederom met ‘gewasbeschermer’ gespoten wordt. Na decennia spuiten is er geen leven in de velden meer te vinden en ook geen voedingswaarde. Diversiteit trouwens ook niet: weinig variatie in teelt en andere beplanting, weinig bodemleven, weinig insectenleven. De velden zijn zo ongelooflijk kwetsbaar, met allerlei kunstgrepen staan ze nog overeind. Een fantasieloos dood landschap; dood voedsel voor mens en dier (zie blog ‘Een tuin vol leven?‘). In Nederland is overigens 70 procent van de graanproductie bestemd als diervoeder. Daarnaast belandt jaarlijks wereldwijd een derde van de totale voedselproductie in de afvalbak. Indrukwekkende cijfers als je bedenkt dat Nederland in 2017 alleen al ruim 1,6 miljoen koeien en 12 miljoen (!) varkens telde.

Tijdens mijn romantische weekend weg word ik met mijn neus op deze cijfers gedrukt. Ik rijd langs prachtige oude boerderijen waar één of meerdere ‘megastallen’ naast staan. Stallen gevuld met koeien en varkens, je ruikt ze in de verte al. Wat mij op één van die bloedhete dagen trof was die ene melkkoe die in een weitje lag in de brandende zon, afgezonderd van haar honderd zusters, die stonden namelijk vijf meter verderop in de overdekte stal. Een hulpeloos kijkende verzwakte koe. Is het mijn verbeelding die met mij aan de haal gaat? Ik weet het niet, wellicht is deze koe om gegronde redenen apart gezet. Toch beklemt het mij dat deze koe totaal hulpeloos is en meedraait in een systeem dat haar alleen zal ondersteunen zolang zij presteert en geld oplevert. Haar welzijn staat niet voorop; haar leven is sowieso maar kort, zodra haar melkproductie afneemt eindigt zij bij de slacht, meestal voorgegaan door haar vele kalveren die na de geboorte direct van haar gescheiden zijn. Mannelijke dieren worden na de geboorte vaak afgemaakt; hanen, bokjes en stiertjes van de melk- en legrassen maken ‘weinig vlees aan’ en zijn in het huidige systeem als ‘bijproduct weinig rendabel’.

Die eenzame koe bracht mij terug naar een gebeurtenis jaren geleden. Als kleuter woonde ik in een klein dorp aan de Waal, een dorp met meer koeien dan inwoners. Met het kleuterklasje lopend van school naar de gymzaal liepen wij altijd langs de grote boerderijen met koeien. Die ene dag lag er op het erf bij de straat een bloedende stervende koe. Een huilende koe waar niemand naar om keek en waar wij kleutertjes snel van weggeleid werden. Nu nog zie ik die koe voor mij.

‘Onze boerderij’, het programma van Yvon Jaspers heb ik met veel interesse gekeken. Met andere ogen dan ik een paar jaar geleden gedaan zou hebben. Tot een paar jaar geleden at ik namelijk ook vlees- en melkproducten; hoe dat op mijn bord was gekomen vroeg ik mij niet af. Nu vind ik het wel heftig om in de opnames te zien dat de lammeren en kalveren na de geboorte direct weggehaald worden bij hun moeder. De normaalste zaak van de wereld, zoals één van de geitenboeren zegt ‘we hebben immers een verdienmodel’. Wat er met de jonge bokjes gebeurt (‘bijproduct’) vertelt hij niet. Overigens begrijp ik die geitenboer wel, hij probeert in het doolhof van overheidssubsidies, veranderende wetgeving en concurrerende marktprijzen zijn hoofd overeind te houden en op zijn manier zo goed mogelijk te zorgen voor de 1.000 geiten in zijn stal.

Ook respect voor de varkensboer die zijn megastal opent voor Yvonne’s camera en zich kwetsbaar durft op te stellen. De vele varkens liggen in kleine hokken op een betonnen vloer en kunnen letterlijk hun kont niet keren. De jonge biggen gaan na zes maanden naar de slacht, dat is de enige keer in hun volgevreten leven dat zij het daglicht zien. Een aardige varkensboer die ik onlangs sprak vertelde mij trouwens dat zijn varkens ‘s nachts ingeladen worden zodat de varkens op tijd bij het slachthuis zijn en de slacht vroeg in de ochtend meteen gestart kan worden. Deze boer verkoopt zijn varkens trouwens als ‘wroetvarkens’ maar als die varkens nooit buiten komen vraag ik mij toch af waarin ze dan hebben mogen wroeten..

Terug naar de boer uit Yvonne’s programma: de varkensboer is bang voor de publieke reactie op de wijze waarop hij zijn varkens houdt maar wijst wel op subtiele wijze op de gedeelde verantwoordelijkheid, en terecht. Wij burgers houden dit grotendeels in stand. U vraagt wij draaien. Zolang wij niet bereid zijn om meer te betalen voor een stukje varken komt er geen strobedje, laat staan een lekker modderveldje en buitenlucht.

De extreme droogte van de afgelopen maanden laat ons in vele opzichten zien wat klimaatverandering nu daadwerkelijk inhoudt en dat ons ‘systeem’ in vele opzichten niet houdbaar is. Uitgeputte bodems, monocultuur, teelt voor veevoer, dierenleed. Eén ons koe heeft 1,500 liter water verbruikt voordat het op je bord is beland. Voor 100 gram kaas wordt 510 liter water verbruikt en 100 gram ei verbruikt 330 liter water. Hoe zou Nederland er uit zien als wij minder dierlijke producten zouden eten en er daardoor ook minder diervoeder geteeld hoeft te worden? Hoe ziet de wereld er uit als we onze bodem niet langer platspuiten en uitputten maar met zorg herstellen en gezond en voedzaam voedsel telen? Klinkt dit hopeloos naief en idealistisch en kort door de bocht? Ongetwijfeld. Maar ik geloof wel dat wij in staat zijn om de wereld een stukje mooier achter te laten voor onze kinderen als we allemaal ons beste beentje voor zetten.

Ik pretendeer niet alle wijsheid in pacht te hebben. Ik kan alleen delen wat ik op bescheiden schaal zelf ervaar. Ook ‘bij ons’ in de Achterhoek zijn de velden verdord en wordt de ergste droogte in 50 jaar gemeten. En daar komt voorlopig nog geen eind aan. Afgelopen week stond ik voor het eerst in drie jaar met een waterslang in mijn handen om onze planten te beregenen en dat was een gekke gewaarwording. Op onze tuinderij van 1,7 hectare werken wij op basis van Permacultuur. Door de natuur zo veel mogelijk te kopiëren creëer je een tuin die veerkracht heeft en in principe zichzelf kan bedruipen. En dat is ons de afgelopen drie jaar uitstekend gelukt en hebben wij nooit zelf hoeven te beregenen. De tuin heeft tot nu toe altijd zelf zijn vochthuishouding heeft kunnen reguleren (vocht vasthouden in de bodem en langzame afgifte in droge tijden; bodemverrijking door verhogen van organische stof). Maar nu sta ik met een aggregaat water uit de put op te pompen, is er 150 meter slang gelegd en ondanks de blije foto baal ik enorm. Kwamen wij vorig jaar nog weg met zes weken droogte (al onze éénjarige groente overleefde de droogte zonder beregeningssysteem!), nu wordt ook hier de klimaatverandering overduidelijk en met de aanhoudende droogte moeten ook wij nu bijsturen en dat voelt als falen.

Overigens is het goede nieuws dat deze nog jonge tuinderij de afgelopen drie jaar geen druppel water uit de kraan heeft gekregen en een minimaal verbruik aan fossiele brandstoffen heeft en dat wij pas na drie jaar een enkele keer genoodzaakt zijn om bij te sturen. Ook zal deze tuinderij de komende jaren nog evenwichtiger en sterker worden en extremen beter kunnen doorstaan. Kanttekening blijft wel dat ook wij scherp zullen moeten kijken naar ons systeem en wellicht meer maatregelen moeten treffen. Toch ben ik hoopvol als ik naar de toekomst van onze tuinderij kijk. Uniek is dat deze tuinderij zich voedt met plantaardige stoffen en laat zien dat het gebruik van dierlijke mest niet noodzakelijk is voor een gezonde bodem en gezonde voeding. Gezond plantaardig voedsel kan zonder gebruik van pesticiden, dierlijke mest of kunstmest verbouwd worden, met een minimaal verbruik van water en fossiele brandstoffen, fantastisch toch!?

Er is hoop, voor de Nederlandse landbouw en voor ons maar dat vraagt wel om gezondere keuzes. Keuzes maken vindt niemand fijn, meer betalen voor je stukje vlees of onbespoten groente voelt als inleveren en jezelf te kort doen. Onaangename dingen zoals dierenleed onder ogen zien vindt al helemaal niemand fijn. En erkennen dat iets niet houdbaar of duurzaam is is spannend want dat betekent dat ook jij als consument hier verantwoordelijkheid voor mag nemen en naar je eigen consumptie mag kijken. Overigens kun je jezelf en je gezondheid geen groter cadeau geven door minder of geen dierlijke producten te eten en over te gaan naar een meer plantaardig voedingspatroon. Wil jij de wereld iets beter maken? Begin dan op je bord!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *